Openhaarden zijn erg populair. Veel mensen kennen ze of hebben er eentje in hun huis. Ze geven warmte en zijn ook nog eens sfeervol. Ook kan je openhaard als decoratie gebruikt worden. Als je een schouw hebt in je woonkamer kun je deze versieren met kaarsen en andere leuke decoraties. Vroeger was een openhaard de centrale verwarming van een huis, dit is tegenwoordig wel anders. Toch kom je in veel huishoudens nog een houtkachel tegen voor de sier of wat extra warmte in de winter. Maar hoe werkte een houtkachel nou vroeger?

Houtkachel

De oude werking

In de prehistorie maakte de mensen al vuur om zichzelf al te verwarmen, wat in principe ook al een openhaard is. Op het moment dat mensen in een huis gingen wonen begonnen ze ook met vuur stoken in het huis, ten eerste om eten op te warmen en ten tweede voor de warmte in het huis. De rook ontsnapte destijds door een gat in het dak naar buiten. Dit was wel erg gevaarlijk omdat veel huizen in die tijd een rieten dak hadden en dit dus snel in de brand kon vliegen. Toen de huizen van steen werden gemaakt kwamen er schoorstenen in een huis. De rook werd nu door de kap in de schoorsteen geleidt. Boven deze openhaard hing vaak een haak waar je een pot of ketel boven kon hangen. Dit werd echter vrij weinig gebruikt en de kachelhaard werd uitgevonden. Hier was het vuur aan alle kanten omsloten behalve aan de voorkant. Bij deze kachelhaard kon je de pot of ketel erbovenop zetten. De warmte bleef namelijk beter in de kachelhaard hangen zodat de inhoud sneller warm werd. De openhaard wordt tegenwoordig steeds meer als decoratie gezien dan als warmtebron.

Hoe werkt het nu?

Een openhaard is net zo makkelijk als dat hij eruitziet. Er is een schoorsteen waar de rook in gaat en in de openhaard zelf stop je een paar houtblokken die je aansteekt. Door de harde platen die tegenwoordig achter de openhaarden zitten wordt de warmte goed verdeeld over de oppervlakte. Ook hebben ze een deurtje om de warmte binnen te houden, echter is dit ook veel veiliger.